#LESSBITTERMOREGLITTER VOLGENS NELE REYMEN

#LessBitterMoreGlitter volgens Nele Reymen


In haar dromen zijn we allemaal eenhoorns die cupcakes kakken, zo beweert Nele Reymen, auteur met een hoek én een boek af, want onlangs verscheen haar derde boek Verloren Brood. Een column met en over glitters. Eet er gerust een cupcake bij!

De tekening gleed van het papier toen ik hem aan de muur hing. De lijm die de glitters moest vasthouden, kroop tot aan de rand van het blad zoals gesmolten glazuur dat van een koffiekoek glijdt. Een deel van de glitters zelf volgden het lijmspoor, terwijl de rest tot voor en op mijn voeten neerdwarrelde. Ik weet nog hoe ik mijn kinderhandjes op dat moment voor me uit stak, in een poging de glitters die in het licht blonken te vangen. Er bleven er hoogstens een paar in mijn handpalm kleven. De verloren moeite die mijn tekening was geworden, had me in tranen kunnen doen uitbarsten. Maar in plaats van te huilen, begon ik te lachen. Ik hoor nog hoe ik enthousiast riep dat mijn tekening leefde. Alsof ik voor het eerst sneeuw zag vallen en op mijn huid voelde.

 

Sinds dat moment werd glitter meer dan iets dat ik uit een kleverige stift moest duwen, meer dan iets dat ik uit een duur potje moest halen. Want glitter is overal, je moet het gewoon zien. Glitter is effectief die eerste sneeuw. Glitter is dat glazuur op die koffiekoek, dat koppig tussen je tanden en op je lippen blijft kleven nadat je een gretige hap genomen hebt. Glitter is een van de condensdruppels op het dekseltje van je warme afhaalmaaltijd, waarvan de geur zich – nog voor het doosje geopend is -verspreidt in je huis. Glitter is de dauw die zich vastklampt aan ontwakend gras, het is de reflectie van koplampen op natte straten in de donkerte. Glitter is een kindertekening, zelfs als die niet veel meer voorstelt dan wat slierten glanzende lijmklodders. Glitter is dat kinderlijk enthousiasme. En in welke vorm dan ook is glitter iets dat blijft hangen in je kleren. Even letterlijk als figuurlijk.

Glitter is dat kinderlijk enthousiasme

Toen die ene tekening met een ruk van de muur gehaald werd door een klasgenootje dat het papier in stukken scheurde, wist ik meteen ook wat bitter was. Bitter kruipt ook in je kleren. Het passeert je met hangende schouders en mondhoeken die naar beneden wijzen en klampt zich vast aan je rug terwijl het je ogen bedekt met zijn vuile handen. Bitter is een claxonnerende auto, op zijn staart getrapt door een bestuurder met een slechte dag of gewoon een rotkarakter. Bitter is de deur die iemand voor je neus laat dichtvallen, terwijl je handen gevuld zijn met boodschappen. Bitter is het fietsslot dat nog aan de boom hangt, zonder fiets. Bitter is een leeg rolletje toiletpapier en een juffrouw die zegt dat de tekening toch al een beetje mislukt was. Bitter is iets waarvoor ik me verstop, ook al overvalt het me zelden met grote bewegingen en luid gebrul. Bitter is subtiel. En net daarom zo gevaarlijk.

 

Als muren opgetrokken werden uit glitter, zou ik er graag vaker met mijn hoofd tegen lopen. Als regen glitter was, zou ik bij elke bui naar buiten lopen om me met gesloten ogen en gespreide armen te laten uitregenen. Als de haren op mijn benen glitters waren, zou ik ze nooit nog scheren. Dan zou ik wild in het rond stampen om bij elke schop wat glitters te doen opwaaien. Dan zou ik ostentatief met mijn bloot gat schudden om die blinkende stofwolk nog groter te maken. Mijn kruis als discobal, het leven als dansvloer. En als ik kon, zou ik diamanten eten, als ontbijt, lunch en diner, zodat ik glitter kon kotsen, kakken en pissen. Zodat ik straalde, altijd en overal. Want glitter is een gevoel. Glitter is een opgestoken middelvinger naar bitter, wat uiteindelijk niet meer is dan een nasmaak.