basket.timer.attention

basket.timer.time.is.running.out

#SlowDown volgens Nele Reymen

In haar dromen zijn we allemaal eenhoorns die cupcakes kakken. Auteur Nele Reymen is altijd hongerig naar voedsel voor brains en maag. Voor Juttu schrijft ze een column, ditmaal over snel gaan en vertragen.

De wind suisde in mijn oren. Het klonk alsof een massa mensen me juichend aanmoedigde van aan de zijlijn. De skipas die aan de ritssluiting van mijn jas hing, waaide venijnig en onophoudelijk tegen mijn kinnebak. Alsof mijn eigen gezicht me uitlachte in mijn gezicht. Mijn ski’s lieten een spoor van poedersneeuw achter. Mijn ogen traanden. Ik slaakte nog één kreet en zette me schrap. Nog iets dieper door mijn knieën, mijn vingers nog steviger rond mijn skistokken geklemd. Tussen het ingebeelde gejoel hoorde ik iemand roepen dat ik moest stoppen. Remmen. Uitwijken. Ièts doen. Door mijn tranen zag ik in het midden van de skipiste een afspanning staan, met daarop dezelfde waarschuwing in vier talen mét illustratie van een skiër die tegen een boom plakt.

 

Daarna leek de tijd even stil te staan. Mijn tot dan toe veel te korte leven flitste voor mijn ogen en toen was het voorbij. Met een rotvaart knalde ik door die afspanning. De afspanning draaide zich rond mijn lijf, mijn ski’s kwamen los van mijn voeten, mijn skistokken vlogen door de lucht en ik belandde verderop met mijn gezicht tegen een boom. De skipas als vloeipapiertje tussen de schors en mijn wang. Het was muisstil en ik was nog intact genoeg om te beseffen dat die stilte niet meer dan geluid aankondigde. Meer bepaald van het gevloek en getier van mijn skileraar.

 

Sinds die dag dat ik in een fluogeel skipak met mijn wang tegen een boom kleefde, ken ik de Italiaanse, Engelse en Duitse vertaling van ‘vertragen’ en de Italiaanse vertaling van ‘kutkind, ik zei toch dat je moest stoppen’.

Soms moét je vertragen of je knalt vroeg of laat ergens tegen...

De jaren daarna leerde ik alleen maar bij. In sneltempo. Ik zag het woordje dat soms boven de notenbalken op mijn partituren stond: rallentando. Ik kende het vanop de skipiste, maar mijn gitaarleraar moest er telkens drie uitroeptekens naast tekenen. Ik liet mijn vingers dan trager trekken aan de gitaarsnaren en hoorde hoe er een spanning in mijn gitaarspel sloop. Het werd langzamer, soms ook stiller. Maar dàn… Ik zat in een achtbaan in het pretpark. Ik hoorde de wagentjes ratelen en voelde hoe ze vastberaden omhoog klommen, om net voor de top van de klim trager te ratelen en te klimmen, bijna stil leken te vallen. Maar dàn… Dàn kwam het.

 

Steeds vaker merkte ik dat vertragen niet betekent dat je stilvalt. Niet altijd. Want net zoals stilte geluid aankondigt, kan een vertraging een versnelling inluiden. Daarom probeer ik af en toe trager te zijn. Te denken en te handelen. Te doen. Op de skipiste, in de wagen of in het leven. En ik doe het niet met yoga of kleurboeken voor volwassenen. Integendeel. Daar kon ik niet snel genoeg klaar mee zijn. Ik probeer even snel en hard te leven als toen ik nietsvermoedend op die ski’s stond. Ik probeer uit te wijken als er iets in mijn gezicht waait, ik luister naar de aanmoedigingen en het gejoel en ik hou me vast aan alles wat vast of los hangt. Ik geniet. En af en toe vertraag ik dus, omdat ik weet dat het daarna enkel leuker wordt. Omdat ik weet dat je soms moèt vertragen of je knalt ergens tegen. Een afspanning. Een boom. Of erger nog: jezelf.